By the sea

Ruth, 15-07-2009 10:30

bythesea-3 De fotograaf is tijdelijk unavailable, dus ik doorkruis de Balinese jungle even all by myself. Desalniettemin spreekt men me graag aan in het meervoud: ‘hello ladies’ of ook ‘hello everybody’. Misschien telt mijn fiets al een extra wezen, hij is dan ook indrukwekkend (al schrikt het animistisch perspectief me ook wel wat af. Spreken tegen je fiets is één ding. Een antwoord verwachten een ander). Mensen zijn bijzonder enthousiast. Ik word uitbundig begroet, kinderen wuiven, mannen applaudisseren en af en toe barst er iemand in een bulderlach uit. De eerste wil je een toek op zijn bakkes geven omdat hij je uitlacht en ‘m zelf eens op een mobilette zonder motor binden en over het bergachtige eiland zien rijden maar ook dat word je gewoon en eigenlijk is het ook wel wat ridicuul. Why you don’t buy a motorcycle?, vraagt een jongeman die me uitgeput in een berm vindt. The voice of reason.

bythesea-7 Maar nu staat mijn fiets even in een bloemperk in het kleine dorpje Aas aan de Oostkust en logeer ik in een bamboe hutje op twintig stappen van de zee, die ‘s nachts tegen de palen van mijn hutje aan klotst en zelfs de meest nuchtere westerling in meditatieve sfeer brengt. Rond vier uur, het is dan nog aarddonker, varen de vissersbootjes uit. Iets na zes zie ik vanuit mijn hut de kleurrijke zeilen terug de baai in varen. De zon gaat dan net op. Drie man is er nodig om zo’n boot op de keien te trekken. Op lucky days heeft een visser soms tot 400 makrelen, op andere dagen niets. De twee vorige weken kwamen de bootjes bijna dagelijks leeg terug. Dit betekent dat de vissers en hun familie op dit droge stukje Bali waar nagenoeg niets groeit, geen inkomen hebben en ‘s middags droge rijst eten. Kinderen die nauwelijks kunnen lopen verdienen bij door in de weinige hotels of villa’s keien te rapen, vrouwen repareren visnetten en de assertiefsten klampen zich vast aan toeristen, in de hoop er boottochten of snorkelavonturen aan te verkopen. Of om eeuwige, romantische liefde te vinden. Zo ontmoette ik Wayan. Maar… die verdient een blogpost op zichzelf.