De voorbereiding: dolheid

Ruth, 19-02-2009 14:52

Deel 1: over foeterende huisartsen

fiets met hondHet Tropisch Instituut waarschuwt voor hondsdolheid op plaatsen waar we op het eerste deel van de tocht (bestemming Teheran) zullen langskomen. Onze tropische huisarts (ook de vaste arts van de Peking Express équipe – if it’s good enough for Roos Van Acker it’s good enough for us) bevestigt de opportuniteit van een vaccin tegen rabiës oftewel hondsdolheid. Fietsers zijn favoriete prooien voor bijtgrage honden dus we behoren officieel tot de risicogroep. (Wat fijn, denk ik, om ook eens  tot een groep te behoren. Bij eerdere try-outs bij scouts, maatschappelijke protestbewegingen en andere samenscholingen van gelijkgestemden leek me dat nooit echt goed te lukken, dat groepsidentiteitgedoe.)

Binnen een kleine maand willen we in Istanbul staan en het vaccin moet in drie keer, op minimum 21 dagen, gezet worden. Er is met andere woorden haast bij. De tropische huisarts voorziet een voorschrift. Maar de apothekeres staat voor een onmogelijke opdracht. Het Pasteur Instituut  in Brussel is de enige leverancier van het vaccin. Goed nieuws: het is in voorraad. Slecht nieuws: het instituut  levert nooit aan apothekers. Enkel de arts kan, nadat hij persoonlijk documenten heeft ingevuld én nadat de betaling van 64 euro per persoon per overschrijving gebeurd is, de levering bestellen en ontvangen. De tropische arts in kwestie is daar alles behalve gelukkig mee. Hij foetert op de ‘complexe, archaïsche, omslachtige, nutteloze en vooral  gebruiksonvriendelijke’ leveringswijze (‘alsof het om materiaal gaat om een atoombom te maken’)maar vult tenslotte toch de papieren in. Soms moet je eenvoudigweg niet op zoek gaan naar de zin van de dingen.

Deel 2: Ukkel Express

Ik besluit één en ander te bespoedigen en bel zelf naar het Pasteur Instituut. Tot 15u mogen we komen. Het is 14u. We springen zonder verwijl in de auto enkel gewapend met het plan van Brussel, een bancontactkaart en een chocoladetaart. De klok tikt. Ongenadig. Hindernissen moeten overwonnen worden: lege bezinetank, gezinswagenfiles bij winkelcentra, wegenplannen die net stoppen waar ons interesseveld begint, wiebelende chocoladetaarten en talloze eenrichtingsstraten. De klokt tikt voort. De Engelandstraat zelf lijkt langer dan Route 66 en grilliger dan de Karakorum highway. De klok lijkt op hol geslagen. Bos. Straat. Tegenligger. Spoorweg. Snelheidsovertreding. Chocoladetaart. En dan eindelijk iets wat enkel het Institut Pasteur kan zijn: een gigantisch verlaten gebouw in oostblokarchitectuur, omringd door prikkeldraad. We wanen ons in Roemenië. Koude Oorlog.  Onze auto moeten we buiten het domein laten staan. Om 14.58 hollen we door de grote, stalen poort. Stop. Bewaker. Identiteitsgegevens. Zelfklevende stickers. Ik ben ik. Jij bent jij. Zegt de sticker. Een eenzame dweil in de hal. Ook de poetsvrouw is gevlucht voor de troosteloosheid. Vaccins uit de ijskast. Missie geslaagd. Chocoladetaart.